Wisselcolumn

"De dood van mijn vader"

Toen ik elf jaar was stierf mijn vader, een zeer ingrijpende en droevige gebeurtenis. Omdat het zeer slecht met hem ging logeerde ik al weken bij tante.
Regelmatig logeerde ik bij tantes en ooms vanwege ziek en zeer, dus dat was niet nieuw voor mij. Maar deze keer was het anders, dat voelde ik. Elke dag had ik een onbestendig gevoel waardoor ik ook niet veel durfde te vragen. Ik werd elke dag door een oudere neef van school gehaald om naar tante gebracht te worden, waardoor ik een buitenbeentje in de klas werd.

Op dinsdag 22 december 1959 ben ik stiekem naar huis gegaan. Mijn moeder deed open, zij schrok erg. Ik vroeg haar of pappa nog beter zou worden, maar deze vraag werd ontkennend beantwoord. Ik voelde een brok in mijn keel en mijn maag deed pijn. Ik mocht naar pappa toe, maar ik moest wel alleen gaan. Zo heb ik al mijn kinderlijke moed bij elkaar geraapt en ben de slaapkamer ingegaan. Mijn ogen moesten wennen aan het licht, de gordijnen waren gesloten en er brandde een bedlampje.
De zo vertrouwde slaapkamer voelde geheel niet veilig meer, alles leek anders. Ik liep op mijn tenen naar het grote bed en ging op een stoel zitten. Ik herkende pappa niet meer, hij zag heel wit en ingevallen en lag daar alsof hij sliep. Ik heb zijn handen gepakt, die erg koud en wit waren. Nu had hij vaak last van "dode" vingers dus wreef ik ze zoals ik zo vaak had gedaan. Ik heb nog wat tegen hem gezegd, maar ik weet niet meer wat. Even later op de overloop viel het daglicht op mij neer. Ik stond daar maar en wist met mezelf niet veel raad. Toen hoorde ik de stem van mijn neef beneden en dacht: "Nu krijg ik vast een standje". Ik ben gedwee met hem meegereden naar tante. Die nacht sliep ik niet goed en voelde mij erg eenzaam.

De volgende morgen maakte tante mij wakker. Zij vertelde dat pappa de avond ervoor om 9 uur was overleden en dat het zo het beste was, want anders was hij een kasplantje geworden die niet meer kon spreken, horen en zien. Wonderlijk vond ik dit, maar ja.
Mijn broer, die 3,5 jaar ouder is, en ik moesten na het ontbijt in de zitkamer, waar de tafel vol lag met enveloppen en rouwkaarten, adressen schrijven. Ik hield dit niet vol en zei dat ik naar huis wilde. In de bus naar huis had ik geen geld bij mij voor een kaartje. Toen de conducteur daar om vroeg begon ik te huilen. De man naast mij heeft toen betaald.

In onze straat waren overal de gordijnen gesloten, een rare gewaarwording. Het leek wel een spookstraat, niemand was buiten. Ik begreep er niets van en voelde me weer heel eenzaam. Mijn moeder was erg verbaasd mij te zien. Zij was druk in de weer met onze ouwe getrouwe werkster de slaapkamer schoon te maken en was niet blij met mijn komst. Ik voelde mij erg in de steek gelaten en ben gaan wandelen. Ik liep en liep en besefte helemaal niet hoe lang. Ik huilde vreselijk, mijn gezicht en nek waren nat.
Opeens stopte er een auto en een mijnheer vroeg mij waarom ik zo moest huilen. Ik vertelde hem waarom. Hij kende pappa heel goed en bracht mij naar huis.
Ik zag dat mijn moeder zich behoorlijk schaamde tegenover deze man. Zij belde gelijk mijn neef op om mij op te halen. Op dat moment kon mijn moeder het niet opbrengen om mij wat troost en geborgenheid te geven.

De kerstdagen hebben wij bij tante doorgebracht in een soort enge stilte. Met mij werd niet veel gepraat. Bij de crematie op zondag 27 december zijn mijn broer en ik niet geweest. Wij waren thuis met een andere neef en zijn verloofde. Ik vond dat wel gezellig, we gingen koffie zetten en koekjes op de schaal doen. Toen ik auto's de straat in hoorde komen stoof ik naar de deur. Leuk, visite! Maar mijn moeder en een paar bekenden keken niet vrolijk en waren allemaal in het zwart gekleed.
Opeens voelde ik mijn tranen naar boven wellen en ik vluchtte de trap op naar mijn kamer. Met mijn pop Liesje ging ik op mijn bed zitten. Het leek wel of ik toen pas door kreeg dat mijn vader nooit meer terug kwam. Uren heb ik daar gezeten zonder dat iemand naar mij omkeek. Ik voelde me ongelooflijk alleen en verlaten.

Nu ik dit allemaal zo opschrijf voel ik de pijn en eenzaamheid, en de tranen wellen weer achter mijn oogleden alsof het nog niet zo lang geleden heeft plaats gevonden, terwijl ik nu 54 jaar ben en toch volwassen genoeg moet zijn om het een plek te geven.

Machteld

Mei 2002

Naar wisselcolumn index