Wisselcolumn

"Ieder jaar weer"

Een beetje humeurig, veel behoefte om naar bed te gaan, wil ik met rust gelaten worden en zeg tegen mezelf, dat dit te maken heeft met de herfst. Ik zeg, dat ik 's ochtends in het donker naar mijn werk ga en zo 's avonds thuiskom, dat ik ongesteld moet worden, een pestbui heb. Dat zal ook wel.
Ieder jaar rond deze tijd is het een beetje mis. Melancholisch en wat prikkelbaar, verlang ik naar warmte en als ik daar iets van krijg weet ik het moeilijk te ontvangen. Het verlangen compenseer ik met veel kaarsjes, lekker eten en gepraat met vriendinnen. Dat zijn oudere wijze vrouwen. Ik zoek vroeger. Aan vroeger denken doe ik maar even, want ik ben heel flink.
Meer dan twintig jaar geleden stierf mijn moeder en terwijl ik dacht dat het gemis minder zou worden, lijkt het tegendeel waar. Het gaat goed hoor! Ik leef mijn leven zoals ik dat al die jaren heb gedaan, met sinds kort een klein verschil: ik durf namelijk te zeggen dat ik mis en anders ben. Ik noem dat mijn voorzichtige coming-out, want ik ben heel flink.

Ik ben achter in de dertig, mijn moeder was zo oud toen ze stierf en nog jonger toen ze ziek werd. Wat een kort leven heeft ze gehad. Dat besef ik nu. Ik hoop, dat ik meer jaren krijg en vind dat egoïstisch.
Inmiddels leef ik langer zonder mam dan met, tenminste in fysieke zin. Die dag, de breuk; het staat in mijn geheugen gegrift. Flarden ellende en eigenaardigheid: de telefoon, mijn broertje bij mij in bed, mijn oom en tante slapen in de kamer, bezoek, geregel en dat ik thuis mag blijven, tantes in nette kleren, broodjes, na de crematie een voetbalwedstrijd. Vader drinkt en ik voel me verantwoordelijk voor hem. Ik voel me ook wel interessant. Op school ontlopen klasgenoten mij en leraren zijn extra lief. Ik was tiener en heel flink.

Dat tweeslachtige gevoel van gemis en zelfstandigheid is in deze tijd van het jaar zo dichtbij. Leegte, gemis, het willen delen en niet kunnen. Afhankelijk zijn, maar ook autonoom. Het klein zijn en zo volwassen. Het zoeken, binden en ontbinden. Ik heb geen idee hoe het geweest zou zijn als mama langer had geleefd. Dat ik dat niet weet doet pijn.
Ieder jaar om deze tijd pak ik haar foto en vertel wat er dit jaar is gebeurd. Ik hoop dat ze er besef van heeft. Ik hoop dat ze ondanks mijn geploeter mijn mama blijven zal. Zou zij het net zo moeilijk vinden mij los te laten als ik haar? Ieder jaar om deze tijd voel ik, dat ze bij me is. Ze is in de buurt met ziel en zaligheid. Ik wil dan het liefst alleen zijn, met haar en mijn gedachten, maar dat zeg ik natuurlijk niet. Dus doe ik gewoon. Ik werk, ga uit en heb belangstelling voor vrienden, want ja: ik ben gewoon en.... heel flink.

Maria, 39 jaar

December 2002

Naar wisselcolumn index