Wisselcolumn

"1 februari 1953"

Mijn eigen ervaring op de dag van de watersnoodramp.

Aan de dag van de watersnoodramp heb ik heel eigen herinneringen; vandaag precies 50 jaar geleden. Ik zat op kostschool in Sterksel en was 13 jaar. Wij mochten maar driemaal per jaar naar huis, n.l. met de kerst-, de paas-, en de grote vakantie. Die zondag 1 februari zou ik echter worden opgehaald door Ome Jan, om naar de bruiloft van mijn vader met mijn tweede moeder te gaan. Vanuit Sterksel zouden we in Best ook ons Maria, mijn zus, ophalen, die daar op kostschool zat.
We zaten in de grote studiezaal, waar we 's zondags na de Hoogmis de z.g.n. "vrije studie" hadden. (Vrije studie betekende dat je in stilte op je eigen plek bezig was met een lees/schrijf-onderwerp naar keuze.)
De deur ging open en Pater T. wenkte mij. Ik borg mijn spulletjes weg onder de klep van de lessenaar en verliet zo onopvallend mogelijk de zaal.
Ik was een verlegen eerste-jaars-studentje. Ik droeg sinds enige maanden een bril.
Ik ben mij niet bewust dat we op het moment dat ik gehaald werd, al iets wisten van de ramp in Zeeland. Misschien waren de Paters er ook nog niet van op de hoogte. Er was nog geen TV of radio op kostschool. De paters luisterden op zondagochtend waarschijnlijk niet naar de radio.
Misschien was er 's morgens in de mis wel iets over de watersnoodramp gezegd, maar dan was mij dat ontgaan, omdat ik die dag tussendoor naar huis zou gaan voor de bruiloft van mijn vader met juffrouw Cisca C., die wij thuis allemaal al kenden omdat zij onze onderwijzeres was geweest op de lagere jongensschool. Al mijn broers en ik hadden bij haar in de klas gezeten. Zij zou dus nu onze tweede moeder worden. Ze kreeg nu ineens negen kinderen, tussen de 7 tot 19 jaar.

Ik liep met pater T. mee de lange gang in. De pater zei eerst niets en legde een arm om mijn schouder. Dat gebaar en gevoel kende ik helemaal niet. Niemand legde ooit een arm om mijn schouder. Ik begon te vermoeden dat er iets heel bijzonders was. Hij zei me dat de bruiloft was uitgesteld, omdat die nacht de vader van mijn nieuwe moeder geheel onverwacht was gestorven. Ik zou dus nu niet naar huis mogen, maar pas over 10 dagen, want de bruiloft was uitgesteld tot 11 februari.
Ik reageerde heel gelaten en heb niet gehuild.
Ik ging terug naar de studiezaal, haalde mijn spullen weer te voorschijn en ging verder met waar ik mee bezig was. Ik was toen al jaren, (-vanaf het sterven van Moeke toen ik 7 jaar was?-) een teruggetrokken en verlegen jongen. Ik leefde enigszins verdoofd, lijkt het wel. Ik weet ook niet goed meer wat ik voelde en dacht. Ik weet ook niet meer waarmee ik bezig was, die zondagmorgen.
Ik onderging zo'n tegenvaller lijdzaam, alsof ik niet beter wist: zo was het leven nou eenmaal. Je bereidde je voor op een bruiloft en je kreeg een begrafenis.
Tien dagen later werd ik toch echt opgehaald. Ome Jan trakteerde ons in het caféetje tegenover kostschool. Ik dronk toen voor het eerst van mijn leven chocomel; de volle zoete smaak daarvan herinner ik mij nu nog wel.
De bruiloft op 11 februari werd een bruiloft met veel tranen, vanwege het recente sterven van de vader van mijn tweede moeder. Soms had ik het gevoel, dat het trouwen van mijn vader moeilijk te accepteren was voor haar drie ongetrouwd gebleven zussen. Hun moeder was allang dood. En hoe had haar vader tegenover deze trouwerij gestaan? Hoe kwam het dat hij zo vlak voor de bruiloft was gestorven?
Op de feestgidsen van de bruiloft zaten driehoekige plakkertjes met "11 febr" over de oorspronkelijke datum, 3 februari 1953 heen.
De dag na de bruiloft ging ik terug naar kostschool. Ik schreef in de weken erna een opstel onder de titel: "Hij die nam, gaf ook weer". Zo was mijn wereldbeeld toen, echt jaren vijftig: aansluitend bij de openingsregel van het bidprentje (1947) van mijn Moeke: "Gods wegen zijn onnaspeurbaar".
Een gelaten overgave aan de verborgen zinvolheid van het leven als overlevingsstrategie.

Deze week las ik het boek "Verlaat verdriet", over de ervaringen van mensen die op jeugdige leeftijd een vader en/of moeder verloren. Dat boek gaf mij enorm veel herkenning, inzake manieren van in het leven staan en het houden van een veilige afstand als overlevingsstrategie.
In alle uitzendingen over de watersnoodramp van 1953 komt ook meermalen naar voren, dat de tranen die toen niet geschreid konden worden, er nu pas, 50 jaar later, uitkomen. "Verlaat verdriet" dus.

Gerard, 63 jaar

Februari 2003

Naar wisselcolumn index