Zesentwintig jaar ben ik nu. Toen ik 9 jaar was overleed mijn vader aan kanker. Daar stonden we dan in het leven zonder vader: mijn moeder, mijn broer van 15, mijn zus van 13 en ik. Van binnen waren we zelf dood gegaan, maar voor de buitenwereld moesten we door. De jaren gingen moeizaam voorbij.
Ik was een echt moederskindje. Na de dood van mijn vader werd de band met mijn moeder nog hechter.
In de puberteit kreeg ik last van toenemende vermoeidheid. Ik ging ziekenhuis in ziekenhuis uit; geen arts kon vinden waardoor ik zo moe was. Mijn moeder steunde me door dik en dun en was erg zorgzaam.
Op een gegeven moment las ik over het ME syndroom (chronisch vermoeidheid syndroom). Een arts constateerde dat ik aan het beeld van ME voldeed. Dat was een hard feit, maar het was ook wel een opluchting, dat ik eindelijk wist wat ik had. Mijn moeder was een echte vriendin van me geworden, we deden alles samen. Op een gegeven moment kreeg ik een vriend. Dat ging zo goed dat we na een paar jaar verloofd waren en gingen samenwonen. Wij hadden al lang een grote kinderwens, maar met mijn vermoeidheid was de keus erg moeilijk. In overleg met de arts en met mijn vriend hadden we besloten dat we ons leven niet gingen laten leiden door mijn ziekte. Er waren immers vrouwen met ME die na een zwangerschap opknapte.
Ik raakte zwanger en genoot met volle teugen.. Mijn buik groeide en groeide; een mooi, levendig wonder in mijn buik Mijn leven kreeg kleur na al die jaren van verdriet. De mooie tijd was aangebroken, dacht ik.
Toen kwam de klap die mijn leven voor altijd verdoofd, kapot en gevoelloos maakt. Mijn moeder werd zes weken voor de geboorte van ons kindje doodgereden door een automobilist die met een snelheid van 180 km over een kruispunt vloog. Hij testte zijn nieuwe auto uit!
Mijn leven staat stil. Het lege gevoel is verschrikkelijk. Ik voel me erg alleen; ik heb geen thuis meer. Af en toe ben ik jaloers op mensen die één of allebei hun ouders nog hebben en er nog gewoon langs kunnen gaan voor een kop koffie of even kunnen opbellen. Ik voel me veel te jong om geen ouders meer te hebben. Mijn kindje zal geen opa en/of oma van mijn kant leren kennen. Mijn vader was overleden aan een ziekte, daar kan niemand iets aan doen, maar mijn moeder had mijn kindje kunnen zien en vasthouden als de automobilist zijn auto had uitgetest op bijvoorbeeld het circuit van Zandvoort.
Door zijn "kick" is mijn leven mismaakt. Voor heel veel mensen gaat het leven weer door, maar voor mij niet.
Juni 2003
Naar wisselcolumn index