Na een lange wandeling
kwam ik haar weer tegen,
klein meisje van acht jaar
met bungelende beentjes
op een bank in een stil park.
Ze was het kind van de rekening
en bleef wachten op haar vader.
Hij zou haar vast meenemen
weg van haar ontzet bestaan.
Haar ogen zochten de hemel af
op zoek naar haar vaders naam.
Tussen maan en sterren
zocht zij wanhopig naar een
bevestiging van haar bestaan.
Ze was het kind van de rekening
en durfde niet terug te gaan
naar haar verloren huis waar
in elke desolaat verlaten kamer
onveiligheid verscholen lag
en waar een moeder verkoos
de verbittering weg te drinken.
Klein meisje van acht jaar,
kind van de rekening,
bleef wachten op haar vader
op een bank in een stil park,
want hij zou haar meenemen
weg van haar ontzet bestaan.
Dat kleine meisje wacht,
wacht nu nog steeds.
Dat duurt een leven lang.
September 2003
Naar wisselcolumn index