Het boek 'Verlaat Verdriet' is als een draaikolk. Ik word er in opgezogen.
Wat een herkenning! Wat een verdriet!
Ná het lezen van de eerste 58 bladzijden van het boek schreef ik op vaderdag zomaar het navolgende verhaal..
Ik ben 40 jaar en sinds zondag 2 oktober 1977 vaderloos. Sinds het voorjaar 2001 ben ik spoorloos en sinds november 2002 radeloos. Vanaf vandaag heb ik weer een spoor en raad gevonden.
Na een ziekbed van 6 weken stierf mijn vader toen ik 14 jaar oud was. Verdriet was er niet bij.....alleen maar "wij moeten sterk zijn". En dat heb ik gedaan. Ik heb mij letterlijk 'bovenin' opgesloten: op mijn kamer studeren en alles maar cognitief houden, veel woorden en weinig gevoel. De zonnezijde van deze slimheid heeft mij maatschappelijk veel gebracht. De schaduwzijde heeft mij 'arm' gemaakt. In alles heb ik hard gevlogen als een vlucht. Een "F16 kan niet zacht vliegen, zonder op zijn bek te gaan" was mijn credo; vluchtgedrag zonder me werkelijk vanuit het diepste te kunnen hechten, bang voor weer een verlies.
Voorjaar 2001: Ná een intensief medisch traject kijken Hester en ik uit naar een kindje. Diep in mij en vooral onderweg in de auto ontstaat een gevoel van angst en rusteloosheid. "Vind ik het dan niet leuk of zo ?" Nog dieper weg komt zo langzaamaan de waarheid naar boven " wat is dan eigenlijk een papa, wie wil je zijn, wat bén je dadelijk, wat wil je nou eigenlijk ?" Vervolgens onderneem ik een zoektocht via het graf naar vrienden van mijn vader/ouders van vroeger. "Wie was hij nou, beschrijf hem eens, wat was hij voor jullie etc.?" Papa zijn: ik ga het goed doen!
Zomer 2001, Anne wordt geboren en ik zoek mijn rol en vind hem met hulp van Hester (het toonbeeld van onvoorwaardelijke liefde en warmte) en de tekst uit 'De Profeet' van Kahlil Gibran die begint met 'Je kinderen zijn je kinderen niet'. Toch wil het niet lukken. Ik wil meer van Anne dan zij mij geeft (kán geven!) Mijn onvoorwaardelijkheid laat sterk te wensen over en zorgt voor veel spanning bij mijzelf (" ik kan er dus echt niets van") en naar Anne en Hester uiteraard. Via externe hulp kom ik in een groep terecht. De opdracht "teken jezelf en je omgeving op je 16e" raakt mij zo diep dat ik voor mijn gevoel in een immense glijbaan van verdriet terechtkom. Wat een verdriet. Nog nooit zo gehuild. Kompleet alleen, verlaten en koud. Dát is het dus. Nooit heb ik verdriet getoond, wél gehad. Ik mis mijn vader dus méér dan ik ooit had gedacht, ik heb dit nooit naar mezelf en anderen zo uitgesproken, ik heb verdriet en dat nooit getoond. Vervolgens kwamen mijn gevoelens los: heel veel verdriet, angst ("komt het nog wel goed met me?") en onwetendheid ("hoe nu verder?")
Ik laat me nog steeds extern bijstaan. Ik wil zo graag door dat verdriet heen en stel het nog steeds uit. Ik wil zo graag 'zijn'' in hier en nu en niet bezig zijn met verpakken van pijn en 'niet-zijn'. Het is een kilometerlange weg, en elke dag weer een centimeter, die ik moet gaan. Niet alleen, maar wel zélf.
Vandaag 15 juni 2003, Anne en Hester op bed. Een klein pakje. Een boek, hét boek. Ik had al een artikel gelezen. Voorin de tekst: Van mij voor jou, altijd Hester. Vandaag begint het écht.
December 2003
Naar wisselcolumn index