Op een avond zei mijn vader toen wij even samen in de keuken stonden, dat ik er rekening mee moest houden dat mijn moeder misschien wel dood zou gaan. Wat voelde ik me gevleid dat mijn vader mij in vertrouwen had genomen. Geen verdriet, ik wist niet wat het inhield. Negen jaar was ik.
Een paar weken later ging onder het avondeten de telefoon. Toen mijn vader met een ernstig gezicht zei, dat hij direct naar het ziekenhuis moest, begreep ik dat het zover was. Ik voelde weer geen verdriet maar trots dat ik wist wat er aan de hand was.
Mijn moeder had maagkanker en was al verschillende keren een tijd in het ziekenhuis geweest. Ik kan me iets herinneren van "de knoop van Boerema" (een uitvinding van professor Boerema) en muesli die ze moest eten.
Mijn vader was zeer inventief om het contact tussen ons (we waren met vijf kinderen) en mijn moeder te onderhouden door b.v. een cassetterecorder van zijn werk te gebruiken.
De laatste keer lag zij in het ziekenhuis vlak bij ons huis. Zo konden we haar vaak bezoeken. Het was kennelijk duidelijk dat ze daar zou sterven. Als ik ether ruik moet ik altijd aan die ziekenhuistijd denken.
Eén van die keren dacht ik te weten wat haar mankeerde. Ze draaide haar hoofd opzij waardoor haar halsspier goed te zien was. Ze was waarschijnlijk al erg mager waardoor dat zo goed zichtbaar was. Ik dacht: "Dat zal ze wel hebben, die bobbel in haar hals, daar zal ze wel ziek van zijn." Pas veel later, na haar dood, hoorde ik van een vriendinnetje dat ze kanker had. Ik was heel kwaad en gekwetst, dat zij meer van mijn moeder wist dan ik.
In dat Diaconessenziekenhuis stond een rode amaryllis voor haar raam, een bloedrode, die langzaam tot bloei kwam. Voor ons was dat een herkenningsteken: uit de verte wisten we altijd welk raam van al die ramen het hare was. Je kon goed de rode bloem zien. Dat was een fijn gevoel. Voor ons, voor mij, had ze die bloem daar neergezet om ons te laten weten dat ze er was.
Die avond, na het telefoontje onder het eten, is ze gestorven.
De volgende morgen zat iedereen te huilen op mijn ouders slaapkamer. En ik dacht: dat moet ik dan zeker ook maar gaan doen. Maar ik begreep niet echt waar ze om huilden en vond het verschrikkelijk om mijn vader te zien huilen. Afschuwelijk. Later die dag mocht ik met mijn zusjes paardrijden als troost. Alleen mijn oudste zus mocht mee naar de begrafenis.
Wij hebben geen van allen afscheid van haar kunnen nemen. Zij streed in haar eentje. Mijn vader heeft het daar tot aan zijn dood moeilijk mee gehad. Na jaren met teveel drank en een mislukt huwelijk met de zus van mijn moeder is ons gezin uit elkaar gevallen. Enkelen van ons zijn in pleeggezinnen terechtgekomen. Pas veel later is de band tussen mijn vader en mij weer redelijk hersteld maar ik liet hem niet meer dichtbij komen.
Sinds ik kennismaakte met het netwerk en een workshop volgde komen steeds meer herinneringen boven aan die tijd. Het doet me goed dit op papier te zetten. De invloed van deze gebeurtenis op mijn leven is groot. Bij tijden, vooral in een crisis, komt mijn moeder weer om de hoek kijken en houd ik me er weer een tijd mee bezig. In zo'n periode komt ze steeds dichterbij.
Een paar dagen geleden droomde ik zelfs dat ze naast me op de bank zat, wel nog een eindje van me af. Ze vertelde dat ze weer een studie ging volgen. Bijzonder om zo 'levend' van haar te dromen.
Als monumentje te harer ere wil ik deze winter een boekje maken van brieven die ze geschreven heeft aan een vriendin toen ze 5 jaar met mijn vader in Indonesië woonde.
Op de schoorsteenmantel staat nu een foto van haar, ik zit op haar schoot met haar arm om me heen. Daar komt over een paar maanden een amaryllis bij te staan !