Enkele jaren geleden zat ik in het verpleeghuis aan het sterfbed van mijn moeder. Zij sliep. Haar ademhaling was onregelmatig en klonk luid door de kleine ruimte. Het kamertje was eenvoudig ingericht. Behalve het bed stonden er twee stoelen, met daar tussenin een tafeltje waarop een bosje bloemen en twee foto's: één van de kinderen met aanhang en één van mijn vader.
Die foto van mijn vader bezit ik ook. Bij gebrek aan een betere was zijn hoofd door een fotograaf uit een foto van de ouderraad van de lagere school geknipt en een aantal keren afgedrukt. Samen met twee kiekjes waarop je hem vaag kunt onderscheiden is dat de enige tastbare herinnering die ik aan hem heb.
Ik was vijf jaar oud en zat op de kleuterschool. Het was voorjaar 1958. Toen mijn broertje (vier jaar oud) en ik 's morgens door mijn moeder gewekt werden, vertelde mijn moeder ons dat papa die nacht in zijn slaap was overleden. Wij mochten in de slaapkamer nog even naar hem kijken. Daarna moesten mijn broertje en ik ontbijten en naar school, waar ik de juf vreselijk aan het schrikken heb gemaakt met de mededeling dat mijn vader dood was. Mijn moeder was niet meegegaan en mijn drie oudere zussen zaten op de lagere school in een andere straat.
Toen wij tussen de middag thuiskwamen was mijn vader weg, waarheen werd ons niet verteld. Mijn vader was definitief uit mijn leven verdwenen. Toen hij enkele dagen later werd gecremeerd moesten mijn broertje en ik naar school. Tussen de middag moesten we een boterham gaan eten bij een "tante" in een naburige straat. Nooit is er nog over hem gepraat. Het leven ging verder zonder hem, alsof hij nooit had bestaan.
Mijn moeder moest een baantje zoeken om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik herinner me dat ze een krantenwijk had en later is ze jarenlang kantinejuffrouw geweest bij een klein bedrijf in het industriekwartier.
Ze heeft altijd een verbitterde indruk gemaakt. Ze bleek niet in staat het gezin de noodzakelijke warmte te geven. Ik kan mij weinig momenten voor de geest halen dat we gezellig bij elkaar waren. Mijn drie zussen, en met name de twee jongste, zijn altijd veel met elkaar opgetrokken. Mijn jongere broertje werd als Benjamin van de familie door mijn zussen naar mijn gevoel toch anders behandeld dan ik.
Pas toen ik daar bij het sterfbed van mijn moeder zat, werd mij een aantal dingen duidelijk: waarom ik ben zoals ik ben en waarom ik niet voelde wat leek op een band zoals je met je moeder zou behoren te hebben.
Ik heb als kind niet de gelegenheid gehad afscheid te nemen van mijn vader. Rouwverwerking? Niet dus: we hebben het niet meer over hem gehad. Ik ben er zeker van dat ik het mijn moeder altijd (onbewust) kwalijk heb genomen. Het ontbreken van een band werd alleen maar versterkt door haar onvermogen die zelf aan te halen.
Bepalend voor mijn persoonlijke ontwikkeling is geweest dat ik buitengesloten werd van de crematie. Tot op de dag van vandaag ben ik bang "er niet bij te horen". Er is maar weinig nodig om mij dat gevoel ook daadwerkelijk te geven. Ook durf ik niet goed voor mezelf op te komen en ben ik onzeker bij het leggen van contacten, zoals in de relatiesfeer.
Ik heb compensatie gevonden in het vergaren van kennis: ik heb vele jaren alles gelezen wat los en vast zat. Als het me allemaal een beetje te veel wordt, trek ik me graag terug in de natuur en observeer ik vogels. Daarnaast overschreeuw ik mijn onzekerheid met een grote mond en een goede uitdrukkingsvaardigheid, waarbij het ontbreken van diplomatie en de stelligheid waarmee ik mijn mening naar voren breng met regelmaat een averechtse werking heeft.
Ik weet niet hoe en of het nog mogelijk of zinvol is iets met die ingrijpende gebeurtenis, die de dood van mijn vader was, te doen. Wellicht kom ik daar ooit nog achter.
verloor zijn vader toen hij 5 was.