Vrouwen die op jonge leeftijd hun moeder hebben verloren, lopen in hun leven vaak tegen dezelfde problemen aan. Eind vorig jaar deelden acht vrouwen hun ervaringen in de eerste Nederlandse lotgenotengroep voor dochters zonder moeder. "Moeders gaan niet dood, zei mijn moeder. Maar ze hield zich niet aan haar woord."
Janette (21) verloor veertien jaar geleden haar moeder aan longkanker. Over haar moeders dood heeft ze nooit veel gepraat. Thuis werd erover gezwegen en haar huidige vriend begreep haar niet goed. Janette vindt het niet makkelijk om over haar moeder te beginnen, maar dat ze er niet veel over praat wil niet zeggen dat ze er niet mee bezig is. "Begin ik er wel over, dan vragen mensen soms: ben je er nòg niet overheen?"
Afgelopen zomer las ze het boek Zonder moeder van Hope Edelman, waarin ze zichzelf zoveel herkende dat ze het haar vriend liet lezen. Geïnspireerd door dit boek gaf ze zich tevens op voor een nieuwe lotgenotengroep voor vrouwen die als kind hun moeder hebben verloren. Voor de bijeenkomsten was zo veel belangstelling, dat meer dan de helft vrouwen die zich hadden aangemeld pas met een volgende groep in februari mee kon doen.
Het netwerk Dochters Zonder Moeder, waarbij lotgenoten onder meer met elkaar contact zoeken via de website, gaf de aanzet voor de nieuwe lotgenotengroep. Via haar website signaleerde Dochters Zonder Moeder vorig jaar dat veel vrouwen hun verlies willen delen in een praatgroep. De Utrechtse afdeling van Humanitas werd door de stichting benaderd en deze instelling vond twee studenten van de Universiteit voor Humanistiek bereid een lotgenotengroep op te zetten. Mariëtte den Bieman en Annemieke Kuin zijn ook dochters zonder moeder en begrepen daarom goed wat het verlies voor de deelneemsters betekent.
In september 2001 gingen ze van start met de eerste lotgenotengroep voor acht vrouwen zonder moeder. Zij lieten de vrouwen hun levensverhaal in kaart brengen met verschillende opdrachten.
Annemieke Kuin (33): "Het is een lotgenotengroep, geen cursus of therapie. Het gaat om uitwisseling en als ervaringsdeskundige kan je ruimte scheppen voor het delen van ervaringen, er is geen voyeurisme."
De deelneemsters varieerden aanzienlijk in leeftijd; de jongste was 21, de oudste 66. Wat zij delen, is dat hun moeder overleed vóór hun twintigste. "Die grens hebben we getrokken", vertelt Kuin, "omdat je als kind nog heel afhankelijk bent van je moeder. Gaat je moeder dood wanneer je zelf jong bent, dan heeft dat hele andere gevolgen dan wanneer je volwassen bent." Janette: "De moeder-dochterrelatie is belangrijk, want aan je moeder kun je je spiegelen. Als je zo jong al geen moeder hebt, ben je genoodzaakt zelf je identiteit te creëren."
Naar nieuwsarchief index