Nieuwsarchief

"Als je er ouders er niet meer zijn"

Tekst: Marloes de Moor, m.m.v. Marjon Jens
Verschenen in Yes, no.5 februari 2003

Andrea (20) woont in het soort huis waar je met je ouders woont. Eéngezinswoning, leren bankstel, dressoirkast, eettafel met vier stoelen, een opgeruimde keuken, trap naar boven, drie slaapkamers. Maar Andrea woont er niet met haar ouders.
Toen ze vijf jaar was, overleed haar vader aan een hart-infarct. Twee jaar geleden stierf ook haar moeder. Nu leeft ze samen met haar zusje van achttien in het huis van haar moeder.

Andrea: "Van mijn vader kan ik me niet zo veel meer herinneren. Ik weet wel dat ik een echt vaderskindje was. We gingen vaak fietsen en dan zat ik altijd bij papa achterop. Qua uiterlijk en karakter leek ik ook het meest op mijn vader.
Toen hij overleed, besefte ik dat in eerste instantie niet zo goed. Mijn moeder zei tegen ons dat papa naar ons keek vanuit de hemel. Pas later drong tot me door dat ik geen vader meer had. Ik merkte dat mijn moeder het er heel moelijk mee had. Ze was erg verdrietig en kreeg veel bezoek en aandacht van mensen die bezorgd over haar waren.
Doordat ik mijn vader al zo jong ben verloren, ben ik er min of meer aan gewend geraakt om alleen met mijn moeder en mijn zusje te leven. Het was normaal voor mij.
Mijn moeder was wel overbezorgd over ons omdat ze bang was om ook ons te verliezen. We zijn daardoor streng opgevoed. Als mijn moeder 'nee' zei was het ook 'nee' en dan kon ik niet, zoals andere kinderen, nog eens naar mijn vader te gaan om het te vragen.
Vooral in de puberteit heb ik daar wel eens moeite mee gehad. Ik mocht zelden uit, moest vroeg thuis komen en vriendjes waren al helemaal taboe. We waren thuis niet zo open. Er werd niet gepraat over vriendjes of seks. Als ik echt met iets zat, vertelde ik het wel aan mijn moeder, maar toch ging ik meestal eerder naar vriendinnen. Er was toch een soort kloof tussen ons. Dat kwam ook omdat ik haar niet onnodig bezorgd te maken.
Vlak na de kerst van 1999 kreeg mijn moeder last van haar rug. Maar ze ging niet naar de dokter. Zij is niet iemand die dat snel doet. We merkten wel aan haar dat ze echt pijn had.
Pas in april hebben we haar min of meer gedwongen om naar de dokter te gaan.
Ze kreeg vlak daarna ook last van haar buik en haar gezicht zag helemaal geel. Dat had te maken met een verstopping in haar galblaas. Mijn zusje en ik waren heel ongerust en hadden steeds het gevoel dat het niet goed was.
Onderzoek wees uit dat mijn moeder een kwaadaardig gezwel in haar buik had. Vanaf dat moment gingen we steeds naar het ziekenhuis en elke keer kregen we slecht nieuws te horen. Een chemokuur of bestraling waren niet meer mogelijk. Dat had geen zin.

Naar nieuwsarchief index