Eén op de tien Nederlanders heeft als kind een ouder verloren.
Eén op de tien Nederlanders heeft als kind een ouder verloren. Een groot aantal van hen kampt op latere leeftijd met lichamelijke en/of psychische problemen. Vaak hebben ze de vroege dood van hun vader of moeder niet goed verwerkt. 'De code bij ons thuis was: er wordt niet meer over mama gepraat.'
Een meisje van dertien was ze, toen haar moeder plotseling aan een hartaanval overleed. 'Haar dood kwam voor ons allemaal heel onverwacht. Ze was nog maar 51 jaar', vertelt Jetty de Vreede (47) uit Delden. 'Mijn wereld stortte in.'
Ze was overstuur. Schreeuwde en huilde. De huisarts schreef valium voor om haar tot bedaren te brengen. 'Daardoor heb ik de begrafenis amper meegemaakt. Ik heb mijn moeder ook niet meer gezien. Het is me wel gevraagd, maar ik wilde het niet. Nu denk ik: hadden ze me er maar met de haren bijgesleept, dan was haar dood gemakkelijker te accepteren geweest. Nu zit er in mijn geheugen een groot gat dat ik nooit meer kan opvullen.'
Jetty was de jongste van vijf kinderen. 'De code was: er wordt niet meer over mama gepraat. Er rustte bij ons thuis een taboe op gevoelens. Mijn vader was er in lijfelijke zin altijd voor ons, maar emoties konden we niet delen. Hij was zelf natuurlijk ook in een shock. Het was voor mij heel pijnlijk om hem te zien huilen. Hij was mijn rots, mijn enige houvast; híj mocht niet instorten. Ik wilde hem daarom niet belasten met mijn tranen.'
Haar moeder overleed een dag voordat ze zouden verhuizen. Dat werd uitgesteld tot na de begrafenis. 'Vanaf dat moment splitste mijn wereld zich in tweeën. Ik was niet alleen mijn moeder kwijt, maar ook mijn vertrouwde omgeving. Het gevoel van veiligheid was weg. Er was geen buurvrouw die nog eens een anekdote over mijn moeder vertelde en er waren geen schoolvriendjes die vroegen of ik mijn moeder miste. Niemand had het meer over mijn moeder, de wereld draaide gewoon door en iedereen deed alsof er niets gebeurd was.
En ik dacht: laat ik het er dan ook maar niet meer over beginnen. Want ook al had ik de behoefte om te praten; als kind wil je tegelijkertijd dat alles weer gewoon is, dat het leven weer verder gaat. Ik besloot dat niemand aan mij zou mogen zien dat ik verdriet had. Want ik wilde niet zielig zijn.'
Naar nieuwsarchief index